Biografie

band

Golden Earring heeft een unieke plaats in de Nederlandse popmuziek. De band scoort met Radar Love en Twilight Zone twee wereldhits. Zowel in de jaren zestig, zeventig als tachtig wordt er getoerd in de Verenigde Staten. Na het single- en lp-debuut in 1965 blijft de band in de decennia die volgen nieuw werk uitbrengen, met Tits ’n Ass uit 2012 als het meest recente wapenfeit. De klassieke bezetting van de band ontstaat in 1970 en is nog altijd in ongewijzigde vorm bij elkaar. Golden Earring treedt nog altijd elke maand op, in vrijwel altijd uitverkochte zalen, feesttenten en theaters, met elektrische en akoestische shows. Geen enkele andere Nederlandse band die ook maar in de buurt van deze statistieken komt.

De jaren ‘60

De eerste contouren van de Golden Earring ontstaan in de vroege jaren zestig in de Terletstraat in Den Haag. De buurjongens Rinus Gerritsen en George Kooymans ontdekken een gemeenschappelijke passie voor muziek en besluiten een bandje te formeren. Het prille gezelschap doopt zich aanvankelijk tot The Tornadoes, maar wanneer die naam al door een andere band geclaimd blijkt te zijn, wordt uitgeweken naar The Golden Earrings – vrij naar een nummer van de Britse band The Hunters.

In Den Haag en Scheveningen ontstaat een levendige muziekcultuur, die zich afspeelt in talloze zalen, clubhuizen en sociëteiten. The Golden Earrings zijn er al snel bekende gezichten. Een optreden op de Scheveningse Pier wekt de interesse van Freddy Haayen, die net zelf zijn eerste stappen in de muziekwereld zet. Hij bezorgt de jonge band een contract met platenmaatschappij Polydor en zal zich in de jaren die volgen manifesteren als de bevlogen manager en producer van de Golden Earring(s).

In 1965 debuteert de band met het album Just Earrings en de single Please Go. Vanaf dat moment vormt de band, samen met The Motions en even later Q65, de voorhoede van de Haagse beat scene die jarenlang de Nederlandse popmuziek domineert. The Golden Earrings geven al vroeg blijk van hun ambitie door de muffe sfeer van de Nederlandse studio’s te ontvluchten en de tweede single That Day in de PYE studio in Londen op te nemen.

De jaren die volgen laten een spectaculaire groei zien. Van een schuchtere beat band ontpopt The Golden Earrings zich tot een zelfverzekerd gezelschap dat zich met speels gemak nieuwe invloeden eigen maakt. De singles die verschijnen getuigen daarvan:  In My House (1967), Sound of the Screaming Day (1967), Together We live Together We Love (1967), I’ve Just Lost Somebody (1968), Dong-Dong-Di-Ki-Di-Gi-Dong (1968), Just a Little Bit of Peace In My Heart, Where Will I Be (1969) en Another 45 Miles (1969). Het zijn stuk voor stuk Top 40 hits. De band maakt ook veel indruk met de langspelers die verschijnen: het ultieme beat-album Winter Harvest (1967), het meer psychedelische Mirracle Mirror (1968) en het kleurrijke dubbelalbum On The Double (1969).

Het is overigens geen proces dat zonder personele consequenties blijft. In 1967 wordt zanger Frans Krassenburg vervangen door Barry Hay. De nieuwkomer blijkt veel beter te passen bij het nieuwe geluid dat de band zich aanmeet. Het feit dat de zanger vloeiend Engels spreekt, bezorgt de band een extra voorsprong op de vele andere groepen die op dat moment in Nederland actief zijn. In 1969 maakt Jaap Eggermont plaats voor Sieb Warner, die overkomt uit The Motions.

De sluimerende internationale belangstelling voor het Nederlandse popfenomeen wordt door Freddy Haayen aangegrepen om in 1969 een Amerikaanse tournee op te zetten. Het is het eerste avontuur van een Nederlandse band in dat land. Het is daarom geen trip die zonder problemen verloopt, maar The Golden Earrings delen wel het affiche met illustere acts als Led Zeppelin, Sun Ra, John Lee Hooker en Joe Cocker. Later dat jaar steekt de band opnieuw de oceaan over, ditmaal ter promotie van het album Eight Miles High dat in Amerika door Atlantic wordt uitgebracht. Het album, met een uitgesponnen cover van The Byrds als titelnummer, bewijst dat de band nog steeds verder groeit.

De jaren ‘70

Terwijl de meeste Nederlandse popbands uit de jaren zestig struikelen over de drempel naar de jaren zeventig, komt de Golden Earring – zoals de band zich inmiddels is gaan noemen – juist sterk en zelfverzekerd uit het decennium tevoorschijn. De eerste Amerikaanse tournees hebben zowel muzikaal, visueel en technisch voor een onbetaalbare schat aan nieuwe ideeën gezorgd. De jaren zeventig gaan voor de Golden Earring dan ook voorspoedig van start. Met de komst van drummer Cesar Zuiderwijk ontstaat de nog altijd klassieke bezetting.

Het titelloze album – door fans ook wel tot Wall Of Dolls gedoopt – dat in dat jaar verschijnt, laat horen dat Cesar Zuiderwijk inderdaad het ontbrekende stukje van de puzzel is. Zijn even virtuoze als energieke spel past perfect bij de gedreven sound van de Golden Earring nieuwe stijl. De tijdloze rocksong Back Home levert de band een nieuwe single hit op.

De albums Seven Tears (1971) en Together (1972) laten horen hoe de band zijn groepsgeluid verder uitdiept. Holy Holy Life (1971), She Flies On Strange Wings (1971), Buddy Joe (1972) en Stand By Me (1972) bezorgen de Golden Earring nieuwe single-hits. De band treedt ondertussen veel op, in mei 1970 onder anderen voor het eerst op het Pinkpop festival, dan nog in Geleen. In 1972 toert de band door Europa, als special guest van The Who. Het is een inspirerende onderneming, die bovendien waardevolle contacten oplevert. Het resultaat is een platencontract op bij het prestigieuze label Track, waar ook de albums van The Who en – eerder – Jimi Hendrix verschenen. De belangrijke Britse markt komt daarmee open te liggen voor de Golden Earring.

Golden Earring ambieert in 1973 om een album te maken dat zowel artistiek als commercieel van internationale allure is. Er wordt veel tijd gestoken in het schrijven en opnemen van wat uiteindelijk Moontan zal worden. De missie slaagt glansrijk. Candy’s Going Bad, Radar Love, Just Like Vince Taylor en The Vanilla Queen behoren tot het beste dat de band tot dan toe geschreven heeft. Een uitstekende productie en gastbijdragen van o.a.  Bertus Borgers (saxofoon) en Eelco Gelling (gitaar) dragen verder bij aan het resultaat.

Zowel Moontan de eerste single Radar Love zijn een doorslaand succes. Eerst in Nederland, dan in de rest van Europa en uiteindelijk ook in Amerika – waar het album in 1974 verschijnt. Radar Love wordt er zelfs een grote hit, met een 13e plaats als hoogste notering. Het nummer zal in de jaren erna echter vooral uitgroeien tot een van de ultieme car songs, die nog dagelijks op de Amerikaanse radiozenders te horen is. Radar Love is in de achterliggende decennia dan ook gecoverd door honderden internationale acts, waaronder U2, White Lion, Ministry en Def Leppard. Zowel de single als het album vormen een onbetwiste mijlpaal in de Nederlandse popgeschiedenis.

Het succes van Radar Love en Moontan stelt de Golden Earring ook weer in staat om op tournee te gaan in Amerika. Zowel in het voor- als in het najaar wordt het land intensief doorkruist. De band deelt het podium met andere grootheden als The Doobie Brothers, J. Geils Band, Boz Scaggs en ZZ Top. In juni 1974 speelt de Golden Earring, samen met The Who, zelfs tweemaal in de prestigieuze Madison Square Garden in New York. Later dat jaar treedt de band op met bands als Aerosmith en Santana, maar is inmiddels ook in staat om op eigen kracht de hallen te vullen. De wereld ligt aan de voeten van het Haagse kwartet.

Om het geluid van de band vooral live meer body te geven wordt in 1974 toetsenist Robert Jan Stips, voorheen van Supersister, aan de band toegevoegd. Hij is ook luid en duidelijk te horen op Switch, de belangrijke opvolger van Moontan die in 1975 uitkomt. Met de korte songs, de belangrijke rol voor keyboards en meer progressieve songstructuren is het album een nadrukkelijke stijlbreuk met het door gitaren gedomineerde Moontan. De recensies zijn positief, maar tijdens nieuwe tournees door Amerika blijkt dat het grote publiek het toch af laat weten. De single Kill Me (Ce Soir) wordt jaren later wel gecoverd door de Britse metal band Iron Maiden, waarvan bassist en bandleider Steve Harris een hartstochtelijke Earring-fan is.

In 1976 verschijnt To The Hilt; een tamelijk introverte plaat, dat in muzikaal opzicht wel een van de betere albums van de band is. Het zorgt er echter niet voor dat de kansen van de band keren en nog datzelfde jaar trekt Robert Jan Stips zelfs de conclusies. Zijn opvolger is de gitarist Eelco Gelling, een virtuoos die voorheen vooral actief is in Cuby + Blizzards. Samen met hem wordt orde op zaken gesteld, met als resultaat het vitale rockalbum Contraband, dat overigens met een andere titel – Mad Love – en een ietwat gewijzigde songselectie in Amerika uitkomt.

De band leeft weer op. Dat is vooral te horen op Live, een live in Londen opgenomen dubbelaar waarop de Golden Earring tot grote hoogten stijgt. Terwijl live albums doorgaans stoplappen zijn – bruggen tussen twee ‘echte’ albums – blijkt het voor Golden Earring een belangrijke plaat. De registratie verkoopt zowel in het binnen- als in het buitenland opvallend goed. De internationale ambities laaien dan ook weer op wanneer een nieuw studioalbum opgenomen wordt. Grab It For A Second wordt gemaakt met de Amerikaanse producer Jimmy Iovine, die in eigen land succes heeft met zijn werk voor John Lennon, Patti Smith, Meat Loaf en Bruce Springsteen.

In artistiek en commercieel opzicht levert de samenwerking echter niet het gewenste resultaat, wat ook tijdens een nieuwe Amerikaanse tournee duidelijk wordt. Tijdens de concertreeks wordt ook merkbaar dat er geen basis meer is om verder te gaan met Eelco Gelling. Hij blijft de band voor de resterende data vergezellen, maar de band speelt weer als het vertrouwde kwartet.

‘Terug naar de basis’ is ook de gedachte die gekoesterd wordt tijdens het maken van No Promises No Debts, de nieuwe studioplaat. Een eenvoudige studio, geen dure producers. Het blijken het ideale recept voor een sterk album. Het representatieve liedje Weekend Love wordt een hit, waarmee het decennium met een positieve noot eindigt.

De jaren ‘80

Soberheid kenmerkt ook het album Prisoner Of The Night, het album waarmee de Golden Earring het nieuwe decennium betreedt. Het pure rock album levert in de vorm van Long Blond Animal en No For An Answer twee songs op die nog jaren op de setlist van de band zullen staan. Hoewel de band weer in zwaar weer verkeert, weet het de lokroep van de nostalgie te weerstaan. Terwijl in 1980 tijdens de Haagse Beatnach festival verschillende tijdgenoten van weleer hun oude hits nog eens afstoffen, schittert Golden Earring nadrukkelijk door afwezigheid. In plaats daarvan brengt de band een opwindend live album uit: 2nd Live. Ook al lijkt de band op het podium nog springlevend te zijn, achter de schermen denkt het viertal er over om de handdoek in de ring te gooien.

Freddy Haayen, de ontdekker van de Golden Earring, weet tijdens een emotioneel verlopen vergadering de band ervan te overtuigen om de loopbaan met een daverend slotakkoord te eindigen. Het oorspronkelijke plan om alle vier de bandleden een evenredig aantal songs te laten schrijven, wordt al in een vroeg stadium verlaten. Ook het voornemen  om een conceptalbum te maken, wordt uiteindelijk van tafel geveegd. Cut, dat in 1982 uitkomt, is een plaat waarop Golden Earring weer bevlogen, actueel en urgent klinkt. Een van de vele hoogtepunten is het bol van suspense staande Twilight Zone, geschreven door George Kooymans en aanvankelijk bedoeld voor zijn nieuwe soloplaat.

Het door Shell Schellekens geproduceerde album brengt de band in een klap terug. Zowel in Nederland als elders. De single Twilight Zone schiet in diverse landen hoog de hitlijsten in, niet in de laatste plaats dankzij relatief nieuwe muziekzender MTV die de door filmer Dick Maas geregisseerde clip hoog in de roulatie zet. De band gaat ook weer op tournee in Amerika, waar Twilight Zone zelfs tot de Top 10 reikt. Golden Earring toert o.a. met Rush, maar speelt er ook op eigen kracht. De plannen om te stoppen worden stilzwijgend in de ijskast gezet.

De tweede jeugd van de band krijgt een overtuigend vervolg met N.E.W.S. dat in 1984 het licht ziet. Ook de single When The Lady Smiles wordt voorzien van een spectaculaire clip van Dick Maas. Een fragment waarin een non wordt aangerand, schiet heel wat fatsoensrakkers in het verkeerde keelgat. Als gevolg daarvan wordt de clip door verschillende muziekzenders laat op de avond of in gecensureerde vorm vertoond. Op de golven van het succes van Cut verkoopt N.E.W.S. nog altijd goed en krijgt ook When The Lady Smiles internationaal veel airplay. Het is ook de basis voor een nieuwe en naar zal blijken laatste Amerikaanse tournee.

In 1986 komt The Hole uit. Het is een internationale release, dat het commercieel echter niet haalt bij de twee voorgaande albums.  Golden Earring moet het weer vooral van de thuismarkt hebben, waar Quiet Eyes dan ook een nieuwe Top 10 hit oplevert. In de zomer van 1986 speelt de band bovendien op het strand van Scheveningen, voor 185.000 fans. Een periode waarin de band ook zakelijk in zwaar weer terecht komt, wordt afgesloten met het uitkomen van de compilatie The Very Best of Golden Earring, het meest representatieve hit-overzicht tot dan toe. Het album verkoopt boven verwachting en de daaraan gekoppelde hits-tournee blijkt ook een succes. In 1989 volgt er ook weer nieuw materiaal, in de vorm van het tamelijk elektronisch klinkende Keeper Of The Flame, met de daarvan afkomstige single Turn The World Around. Het nummer komt uit in een periode dat in het Oost Europa rommelt, met name in Oost Duitsland, waar in Berlijn de muur neergehaald wordt. Het nummer sluit daarmee naadloos aan op de snel veranderende tijden.

De jaren ‘90

Het eerste album in het nieuwe decennium – Bloody Buccaneers – is weer een uitgesproken gitaaralbum. Het wordt onthaald als een vertrouwd klinkende plaat, van een nog altijd bevlogen klinkende band. Een van de hoogtepunten van het album is Going To The Run, waarin Barry Hay terugblikt op zijn vriendschap met een verongelukte kameraad. De emotionele ballade levert de Golden Earring een Top 3 hit op.

Juist op het moment dat het opnieuw wat stil rond de Golden Earring dreigt te worden, wordt de band op een onverwachte manier gerevitaliseerd. In de herfst van 1992 speelt het kwartet eenmalig een akoestische set in Café De Kroon in Amsterdam. De registratie wordt uitgezonden door Veronica en in november ligt een registratie in de winkel. De timing is perfect, want verschillende grootheden in de popmuziek stappen in die periode ‘unplugged’ het podium op. Uiteindelijk worden er van The Naked Truth in Nederland 450.000 exemplaren verkocht, waarmee het een van de best verkopende albums uit de lange loopbaan van de band is. Met de akoestische versies van de hits en album tracks boort de band een nieuw publiek aan en wint oude fans terug.

Het succes krijgt dan ook een passend vervolg. In 1997 verschijnt Naked II en in 2005 Naked III – Live At Panama. Als gevolg van het Naked succes besluit de Golden Earring voortaan zowel akoestische shows in theaters te spelen, als traditionele elektrische optredens in zalen en feesttenten. Het is een opzet die tot op heden de concertagenda van de band bepaalt. Het succes van de akoestische optredens bepaalt ook de toon van Face It, het nieuwe studioalbum dat in 1994 uitkomt. Een jaar later eert de band oude helden als Janis Joplin, The Beatles, Bob Dylan en The Beach Boys met een verzameling covers: Love Sweat.

In de tweede helft van de jaren negentig wordt veel opgetreden, veelal in eigen land. George Kooymans en Barry Hay hebben een belangrijke hand in het lanceren van een jonge, Nederlandse zangeres: Anouk. Zo schrijft het tweetal haar eerste single Mood Indigo en participeert het in de productie van haar eerste album Together Alone. Met het einde van het decennium in zich verschijnt er ook weer een nieuw album van de Golden Earring zelf: het even ambitieuze als veelzijdige Paradise In Destress. Het tijdperk wordt afgesloten met enkele grootschalige optredens, met gasten als Robert jan Stips en Bertus Borgers, o.a. in de Groenoordhal in Leiden. Een weerslag van die shows komt terecht op de live dubbel-cd Last Blast Of The Century.

Een zelfgekozen sabattical zorgt ervoor dat het nieuwe millennium rustig begint voor de Golden Earring. Het publiek kan zich in die korte impasse tegoed doen aan de loopbaan omspannende 4 cd box The Devil Made Us Do It, waarop het beste van de band verzameld is. De smaakvolle toelichting op de songs is van de hand van bassist Rinus Gerritsen.

Voor de opnamen van een nieuw album vertrekt de band in 2002 naar Amerika. In de studio van Paul Orofino wordt met de bevriende muzikant Frank Carillo het album Millbrook USA opgenomen, vernoemd naar het plaatsje waar de studio is gevestigd. Het viertal keert terug met een puur, ongekunsteld album, dat laat horen hoe vitaal de band na al die jaren nog is.

In de periode die volgt, focust de Golden zich vooral op optredens, die nog altijd gegeven worden in akoestische en elektrische varianten; die laatsten vaak met als gast Bertus Borgers, de saxofonist die al in de jaren zeventig op de Earring-albums meespeelde. De band schittert in 2005 weer op Pinkpop, ditmaal in Landgraaf. Datzelfde jaar speelt de Golden Earring een thuiswedstrijd door samen met Kane en Di-rect op het Malieveld in Den Haag op te treden. Hoe populair de band nog altijd is, blijkt ook uit de optredens in prestigieuze zalen als de Heineken Music Hall en het Sportpaleis Ahoy. Incidentele shows in Zwitserland, Duitsland en Engeland laten zien dat ook elders de band verre van vergeten is.

Ondertussen blijken de individuele leden ook tijd te hebben voor eigen projecten. Barry Hay brengt in 2008 via het legendarische Blue Note label het coveralbum The Big Band Theory uit. Twee jaar later bestendigt George Kooymans zijn artistieke vriendschap met Frank Carillo met de duoplaat On Location. Cesar Zuiderwijk toert al jaren rond met zij eigen theatervoorstellingen, terwijl Rinus Gerritsen in alle rust werkt aan zijn eigen Rinus’ Garage solo avontuur.

Het lijkt er lang op dat Millbrook USA de onbedoelde zwanenzang van de band wordt. De band heeft de handen vol aan de optredens, terwijl de teloorgang van de muziekindustrie ook niet inspireert om de studio te betrekken. Toch is het precies dat wat de band doet. In 2011 strijkt de Golden Earring neer in de State Of The Ark studio in Londen en neemt daar met de van de Rolling Stones bekende producer Chris Kimsey een gloednieuw studioalbum op. Het wordt in het voorjaar van 2012, tijdens een show in een stampvolle  Amsterdamse pop-zaal Paradiso aan het publiek gepresenteerd. De Golden Earring laat het zogenaamde 50-jarige jubileum op een voor de band kenmerkende wijze aan zich voorbij gaan. In plaats daarvan verrast het de schare fans met een opvallend gespierd klinkend album Tits ‘n Ass. En zorgt de brutale titel zelfs voor enige ouderwetse commotie.

De band is terug, zonder ooit echt weggeweest te zijn. De reacties op het album zijn heel positief. Tits ’n Ass, dat zowel digitaal als op vinyl verschijnt, schopt het uiteindelijk tot de eerste plaats van de albumlijst. Nieuwe songs als Identical en Still Got the Keys to My First Cadillac nestelen zich al snel in de setlist van de band.

Nostalgie wordt zo opnieuw op veilige afstand gehouden. De vitale shows, waar verschillende generaties Earring-fans samenkomen, bewijzen bovendien dat ruim vijftig jaar na het prille begin Golden Earring nog altijd een Nederlandse topformatie is. Golden Earring is vooral een band die met zichtbaar plezier op het podium staat. Nog altijd. Elke avond weer. En het kwartet lijkt niet van plan daar binnenkort afscheid van te nemen.

Text: Robert Haagsma
(Music journalist)